Header DE GEBOUWOMHULLING
Luftdichtheidssystemen

DE GEBOUWOMHULLING

Een goed uitgevoerde gebouwomhulling werkt als een donsjas: een buiten- en binnenlaag met daartussen de isolatie.

Elk gebouw heeft een buiten- en binnenlaag nodig om zich dicht te houden en om weer en wind buiten en de gezelligheid binnen te houden. De buitenlaag noemt men de winddichte laag en de binnenlaag de luchtdichte laag.

Winddicht buiten

De buitenlaag heeft als taak het gebouw te beschermen tegen neerslag en wind. Als een waterdichte winterjas moet de buitenlaag regen, storm en sneeuw tegenhouden. OMEGA-onderdak- en gevelfolies zijn regendicht en diffusie-open. Water en stuifsneeuw druipen af, van binnen kan waterdamp goed ontsnappen.

Wat levert het op?

  • duurzame bescherming van hout en isolatie
  • gekeurde regendichtheid voor het gebouw
  • bouwvochtigheid kan ongehinderd drogen
  • constructie kan volledig worden geïsoleerd
  • het isolatiemateriaal wordt niet door koude buitenlucht doorspoeld of onderstroomd
  • betere geluidsisolatie bij volledig geïsoleerde bouwelementen

Winddichte uitvoering

De winddichting van de muur wordt door buitenpleister resp. door plaatmateriaal of wind- en regendicht geplakte folie bij geventileerde gevels uitgevoerd. Gevels met open voegen en glasgevels worden van stevige uv-bestendige gevelfolie voorzien.

Wind stelt het huis namelijk bloot aan een constante druk-trekbelasting. De spreekwoordelijke “tornado uit het stopcontact” maakt een woonruimte heel wat minder gezellig. De lucht die door ondichte plaatsen wordt aangezogen, gaat, omdat ze zwaarder is, naar het laagste punt in de ruimte, namelijk de vloer. Voortdurend koude voeten zijn het gevolg: een onaangenaam gevoel. Dan helpen zelfs goede isolatiewaarden naar de kelder toe niets, als er elders buitenlucht door spleten in de gebouwomhulling kan binnendringen. Daarnaast kan het gebouw worden beschadigd door vochtintrede in de constructie en verslechtert ook de geluidsisolatie.

Winddichtheid gekeurd volgens de normen

In OIB-richtlijn 6 wordt de winddichtheid van een gebouw geëist, in Duitsland wordt de uitvoering van onderdaken in de richtlijn van ZVDH geregeld.

Luchtdicht binnen

Buiten moet de constructie tegen weersinvloeden worden beschermd. Binnen gaat het erom om de vochtigheid van de ruimtes niet ongehinderd in de constructie en de isolatie te laten binnendringen. De luchtdichte laag bevindt zich doorgaans aan de zogenaamde warme zijde van de buitenste bouwdelen. Terwijl in de massiefbouw meestal het binnenpleister deze functie op zich neemt, wordt in de houtbouw bijvoorbeeld dampremfolie gebruikt. De luchtdichte uitvoering van de gebouwomhulling wordt in normen en richtlijnen voorgeschreven en met reden. Naast tocht en een gebrekkige luchtkwaliteit kan een onvoldoende uitgevoerd luchtdichtheidsniveau het gebouw beschadigen. Als lucht van binnen door voegen ongeremd op koelere plaatsen terechtkomt en daar condenseert, kan er gemakkelijk schimmelvorming en rotting ontstaan.